In het vorige hoofdstuk heb je wat theorie over familie-opstellingen meegekregen. Tevens heb je nagedacht over de vraag; wat voor dynamieken herken jij in je familie, ofwel gezin van herkomst. In dit hoofdstuk stellen we de volgende vraag:

Welke positie neem jij in, als je kijkt naar:

  • Je familie (gezin van herkomst)

Maak voor jezelf een opstelling. Begin als volgt:

  • Neem de tijd en zorg er voor dat je niet gestoord wordt (telefoon uit, niemand in de buurt)
  • Zoek voor jezelf een ‘werkruimte’. Een ruimte op de grond. Dit kan thuis zijn of op je werk.
  • Positioneer jezelf mbv een symbool (blokje/pepernoot/playmobile-poppetje/vouwblaadje/koffiekopje/whatever) ergens in de ruimte op de grond
  • En als je dan een symbool voor je (biologische) vader neemt, waar positioneer je hem t.o.v. jou?
  • Idem voor je (biologische) moeder
  • (half- of stief-) broer(s) of zus(sen)

Tijdens het opstellen: 

  • Wat valt je op?
  • Voel je wat bij een bepaalde beweging?
  • Heb je de neiging om?
  • Welke kant kijkt iemand op?

Maak aantekeningen (achteraf)

Maak een foto en neem deze mee naar de tweede live-dag

Optioneel: als je de smaak goed te pakken hebt, kun je ook nog jezelf in de grotere context van je familie-systeem plaatsen. Kijken of dat nog extra inzichten geeft.

(Met grotere context bedoelen we: ‘je familie in de grotere context’ (voorouders, opa’s, oma’s, tantes, ooms). Dus daar waarvan jouw ‘gezin van herkomst’ deel  uit maakt)

 


Categories: